Nieuwe regionale aanpak voortijdig schoolverlaten

Dinsdag 13 september 2016

Gemeenten en onderwijs in West-Brabant zetten de komende jaren vol in op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en het begeleiden van kwetsbare jongeren naar kansrijkere posities in de maatschappij. Voor de nieuwe aanpak 2017-2020 vragen gemeenten en onderwijs 1,5 miljoen euro subsidie per jaar aan de Rijksoverheid.

Maandag ondertekenden de Bredase wethouder Miriam Haagh namens de 18 West-Brabantse gemeenten, en Arjan Kastelein (Bestuursvoorzitter ROC West-Brabant) namens het onderwijs de subsidieaanvraag. Daarmee is ook het startsein voor de invoering van de nieuwe maatregelen gegeven. 

Nieuwe aanpak

De nieuwe aanpak betekent een volgende stap in het bestrijden van voortijdig schoolverlaten en bouwt voort op de ervaring die in voorgaande jaren is opgedaan. Verder is de vsv-problematiek in West-Brabant uitgebreid geanalyseerd om tot een zo effectief mogelijk pakket aan maatregelen te kunnen komen. In de praktijk betekent dit dat doeltreffende maatregelen uit voorgaande jaren worden doorgezet, en dat daar waar nodig nieuwe maatregelen zullen worden gelanceerd, zodat alle jongeren in West-Brabant efficiënt naar onderwijs of werk kunnen worden geleid.

Het hoogst haalbare

Waren de afgelopen jaren de inspanningen met name gericht op het behalen van een startkwalificatie, nu wordt veel meer gekeken naar wat ‘het hoogst haalbare’ voor een jongere is. “Natuurlijk zien we jongeren het liefst in de schoolbanken”, zegt Miriam Haagh, voorzitter van de Regionale Regiegroep Voortijdig Schoolverlaten, “maar soms blijkt de school niet de beste plek te zijn en is het behalen van een startkwalificatie niet haalbaar. Dan moeten we voor die jongere ook oog hebben. Met de nieuwe aanpak richten we ons daarom ook op het begeleiden van onderwijs naar werk. Ongeacht of een jongere een startkwalificatie heeft. Iedereen verdient op weg naar een kansrijke toekomst namelijk een duwtje in de rug.”

De nieuwe aanpak gaat via een vijftal sporen lopen:

> Er wordt extra geïnvesteerd in een sluitend netwerk voor jongeren in een kwetsbare positie, zodat niemand buiten de boot valt. Doorstroom, zowel van onderwijs naar onderwijs als van onderwijs naar werk is daarom erg belangrijk. Er komt een ombudsman/vrouw om jongeren met financiële studieproblematiek te helpen.

> Ongediplomeerde thuiszitters (oud voortijdig schoolverlaters) tussen 18 en 23 jaar krijgen een persoonlijk traject aangeboden om binnen een veilige setting en onder intensieve professionele begeleiding naar het onderwijs terug te kunnen keren en alsnog een startkwalificatie te behalen.

> Maatregelen moeten de overgang van het voortgezet onderwijs naar het middelbaar onderwijs nog soepeler laten verlopen. Dit om te voorkomen dat jongeren kiezen voor het ‘snelle geld’ in plaats van verdere studie (en kansen op de arbeidsmarkt).

> Op niveau 3 en 4 van het MBO is de uitval nog steeds hoog. Daarom komen er voor deze doelgroep specifieke maatregelen om de persoonlijke effectiviteit en studiebevlogenheid binnen deze opleidingsniveaus te vergroten.

> Opvang van vo’ers en mbo’ers in speciale Plusvoorzieningen wanneer zij door persoonlijke omstandigheden tijdelijk niet aan het reguliere onderwijs kunnen deelnemen. 
 
Met deze intensieve aanpak wil de regio een effectieve bijdrage leveren aan het verder terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Dat is nodig want de landelijke doelstelling voor 2020 gaat uit van een structurele vermindering van het aantal uitvallers met 5.000 tot maximaal 20.000 per jaar. 


Foto Boyd Smith